De omvangrijkste taak van de Raden van Arbeid (RvA) was de uitvoering van de kinderbijslagregelingen. Ook het toekennen, herzien en intrekken van AOW- en AWW-pensioenen werd in het algemeen door de Raden van Arbeid gedaan als de pensioengerechtigde in Nederland woonde.
De Sociale Verzekeringsbank (SVB) was belast met het uitvoeren van AOW en AWW in alle overige gevallen en zorgde voor de betaling van alle AOW- en AWW-pensioenen. De SVB was verantwoordelijk voor het beheer van de fondsen en hield toezicht op de RvA.
Een aantal ontwikkelingen heeft ertoe geleid dat de politiek besloot dat SVB en RvA samengevoegd zouden worden en dat de RvA zouden worden omgevormd tot districtskantoren van de SVB. Door de automatisering van de uitvoering van de kinderbijslag en de invoering van een nieuw stelsel van studiefinanciering, waardoor voor kinderen boven de 18 jaar niet langer recht op kinderbijslag bestond, zou de behoefte aan personeel van de RvA drastisch verminderen. Bovendien was er sprake van een grote mate van uniformiteit in de uitvoering van de AOW, AWW en kinderbijslag en waren er geen regionale verschillen die het voorbestaan van zelfstandige RvA nodig maakten. Op 1 april 1988 was de samenvoeging een feit.
Met de wet SUWI kwam de voorlopig laatste grote verandering in de formele structuur van de SVB. De toenmalige hoofddirectie werd omgevormd tot Raad van Bestuur, het tripartiete bestuur verdween en werd vervangen door een Raad van Advies.