De toeslag is afhankelijk van de eventuele inkomsten van uw vrouw. Bij de berekening onderscheidt de SVB drie soorten inkomsten.
Inkomsten uit vermogen, zoals rente, tellen niet mee.
Inkomsten uit arbeid, zoals loon, worden gedeeltelijk van de toeslag afgetrokken. De eerste € 203,49 plus éénderde deel van de inkomsten boven € 203,49 tellen niet mee.
Inkomsten in verband met arbeid, zoals een arbeidsongeschiktheidsuitkering of een vervroegd pensioen, worden helemaal van de toeslag afgetrokken.
De toeslag vervalt als uw vrouw 65 jaar wordt; zij heeft dan zelf recht op een AOW-pensioen.
(Genoemde bedragen gelden per 1 juli 2008).
Bij de betaling van uw AOW-pensioen houdt de SVB rekening met de algemene heffingskorting en de ouderenkorting. Heffingskortingen zijn kortingen op de belasting en premie volksverzekeringen die u over uw inkomsten moet betalen. Uw vrouw heeft ook recht op de algemene heffingskorting. Die moet zij bij de Belastingdienst aanvragen met een formulier Verzoek Voorlopige Teruggaaf. De Belastingdienst betaalt de algemene heffingskorting maandelijks uit aan uw vrouw.
Nee. De hoogte van het AOW-pensioen is afhankelijk van het aantal jaren dat iemand verzekerd is geweest voor de AOW en van de samenleefsituatie.
Iedereen die legaal in Nederland woont, is meestal automatisch verzekerd voor de AOW. Het maakt niet uit welke nationaliteit u heeft, en ook niet of u wel of niet heeft gewerkt.
U heeft recht op een volledig AOW-pensioen als u van uw 15e tot uw 65e verjaardag verzekerd bent geweest. Voor ieder jaar dat u in die periode verzekerd bent geweest, bouwt u het AOW-pensioen met 2 procent op. Meestal bent u niet verzekerd in periodes die u buiten Nederland heeft gewoond of gewerkt.
Met samenleefsituatie wordt bedoeld of iemand alleenstaand, een alleenstaande ouder of gehuwd is of ongehuwd en een gezamenlijke huishouding met iemand anders voert.
De SVB houdt op uw AOW-pensioen loonheffing en de inkomensafhankelijke bijdrage voor de zorgverzekering in.
De loonheffing bestaat uit loonbelasting en premies volksverzekeringen Anw en AWBZ. U betaalt niet over uw hele inkomen belasting en premie. U heeft recht op heffingskortingen. Dat zijn kortingen op de belasting en premie die u moet betalen. Bij de in te houden loonheffing houdt de SVB al rekening met de heffingskortingen.
De inkomensafhankelijke bijdrage voor de zorgverzekering bedraagt in 2008 7,2% van uw bruto AOW-pensioen. De SVB vergoedt deze bijdrage niet, omdat de bijdrage al in het AOW-bedrag is verwerkt.
De toeslag wordt met ingang van 1 januari 2015 afgeschaft. Wie op of na 1 januari 2015 65 jaar wordt en een partner heeft die nog geen 65 jaar is, heeft geen recht op toeslag. Wie nu al 65 jaar is of dat voor 1 januari 2015 wordt, heeft wel recht op toeslag. Die toeslag behouden zij ook na 1 januari 2015.
De overlijdensuitkering bestaat uit één maand AOW-pensioen (zonder eventuele toeslag) en de vakantie-uitkering daarover. Op de overlijdensuitkering wordt geen loonheffing ingehouden. Voor de overlijdensuitkering komt de achterblijvende partner in aanmerking. Als die er niet is, dan de minderjarige kinderen. Zijn er ook geen minderjarige kinderen, dan gaat de overlijdensuitkering naar de degene voor wie de overledene voor meer dan de helft in het levensonderhoud voorzag en met wie hij of zij in gezinsverband leefde.
U woont ongehuwd samen als u een gezamenlijke huishouding voert met een andere meerderjarige ongehuwde. We spreken van een gezamenlijke huishouding als u beiden uw hoofdverblijf in dezelfde woning heeft én allebei een bijdrage levert in de kosten van de gezamenlijke huishouding. Of op andere wijze voor elkaar zorgt, bijvoorbeeld door het doen van huishoudelijke klusjes. Voor de AOW maakt het niet uit waarom mensen samenwonen. Wie een gezamenlijke huishouding voert met uitsluitend een eigen kind, vader of moeder wordt niet als samenwonend beschouwd.
Het kenmerk van een LAT-relatie (Living-Apart-Together) is dat u beiden uw eigen huishouding voert en dat u beiden uw hoofdverblijf in uw eigen woning heeft. U houdt dan uw alleenstaandenpensioen. Maar als u en uw partner zoveel tijd met elkaar doorbrengen dat u feitelijk uw hoofdverblijf in dezelfde woning heeft, kan de SVB tot de vaststelling komen dat u een gezamenlijke huishouding voert. Ook al heeft een van u beiden nog een eigen woonruimte. Immers, die andere woonruimte wordt niet langer gebruikt voor het voeren van een aparte huishouding. In dat geval wordt het alleenstaandenpensioen verlaagd naar het gehuwdenpensioen.
Informeer bij de SVB als u twijfelt.
Als u in Nederland staat ingeschreven bij de gemeente, krijgt u zes maanden voordat u 65 wordt de AOW-aanvraag automatisch thuisgestuurd. Als u in een EU- of verdragsland woont vraagt u het AOW-pensioen aan bij het sociale verzekeringsorgaan in uw woonland. Als u in uw woonland nooit verzekerd bent geweest voor sociale verzekeringen, vraagt u het AOW-pensioen bij de SVB aan. Als u buiten een EU- of verdragsland woont vraagt u het AOW-pensioen bij de SVB in Roermond aan.
Als u een gekort AOW-pensioen heeft en verder geen of weinig andere inkomsten, dan komt u misschien in aanmerking voor aanvullende bijstand. Er is een aparte bijstandsnorm voor ouderen met een gekort AOW, waardoor zij evenveel ontvangen als ouderen met een ongekorte AOW. Meer informatie kunt u krijgen bij de afdeling Sociale Zaken van uw gemeente.